Haast iedereen met wie ik mijn ideeën deelde, was enthousiast. Behalve Thomas. (Natuurlijk heet hij geen Thomas, maar ‘ongelovige Pim’ klinkt een beetje vreemd, dat begrijp je wel). Thomas dus, mijn oude vriend! En ja, what’s in a name?
Hij trok zijn wenkbrauwen op alsof ik net had gezegd dat Marco van Basten buitenspel heeft afgeschaft, en vroeg:
“Wil je van voetballende kinderen goede mensen maken?”
“Ja, precies.”
“Maar wie bepaalt wat goed is? Jij soms? Misschien manipuleer je ze wel in een voetbalsekte,” grinnikte hij.
“Geintje, maar je snapt wat ik bedoel, toch? Hoezo heb jij de waarheid in pacht over wat een ‘goed mens’ is?”
Een terechte vraag, Thomas. En dus zei ik:
“Het gaat om drie dingen. En nee, geen heilige drie-eenheid.”
1. Leren omgaan met uitdagingen (zonder drama)
Met ‘goede mensen’ bedoel ik niet dat ze elke zondag in de kerk zitten of hun zakgeld doneren aan de stichting ‘Red de Linksbacks’.
Het gaat om hoe kinderen omgaan met de kleine en grote drama’s van teamsport.
Stel: je wilt dolgraag linksbuiten spelen, maar je wordt steeds als linksback opgesteld. Wat doe je dan?
Je zwijgt en kijkt de coach aan met de blik van een gekrenkte soapacteur.
Je klaagt achter zijn rug om, liefst met veel zuchtgeluiden.
Je speelt expres alsof je je veters aan elkaar hebt geknoopt.
Je komt gewoon niet meer opdagen (want “mijn hamster is ziek”).
Of… je leert het gesprek aan te gaan. Je uit je zorgen, luistert naar het antwoord, en accepteert het als het even niet loopt zoals jij wilt.
Dát is wat ik bedoel met een stap richting ‘goed mens zijn’. Geen heilige, wel een held in wording.
2. Positieve eigenschappen, geen perfectie (en geen heiligenbeelden)
Ik heb het over kinderen die:
zelfvertrouwen ontwikkelen
voor zichzelf leren opkomen
leren samenwerken
doorzetten bij tegenslag
volwassen communiceren
leren winnen én verliezen
en begrijpen dat op tijd komen ook een vorm van respect is
Kortom: eigenschappen waar zelfs Thomas geen bezwaar tegen kan hebben.
3. Geen heilige schrift, maar een uitnodiging (zonder voetnoot in Latijn)
Ik pretendeer niet de waarheid in pacht te hebben.
Eerder, nodig ik uit tot gesprek.
Ik wil de discussie niet sluiten, maar juist openen. Niet omdat ik onzeker ben over mijn boodschap, maar juist omdat ik erin geloof.