“Het beeld van een schouder die je even kunt aantikken, geeft aan dat de drempel laag is om contact te maken.
Het is een uitnodiging: ‘Je mag me aanspreken, ik ben er voor je.’”
Ergens had ik ooit gelezen dat het gebrul van een leeuw tot wel 8 kilometer ver te horen is. Mijn eigen gebrul – “Marieke, pak de as!” – haalde blijkbaar nog geen 50 meter. Want Marieke gaf geen krimp, en het centrum van onze verdediging stond wagenwijd open. Tot grote frustratie van deze coach. En, laten we eerlijk zijn, van elke coach met een kloppend hart.
Dus wat deed ik? Juist. Ik ging harder brullen. Zo hard, dat Marieke zich waarschijnlijk even op de Serengeti waande. “Laat ik maar beter die as pakken,” zal ze gedacht hebben, terwijl ze om zich heen keek of er ook zebra’s in de buurt waren.
Ik, ondertussen tevreden dat mijn onder-17 team goed stond opgesteld in de savanne – pardon, op het veld – had geen idee wat mijn gebrul met Marieke deed. Tot de rust.
“Kan je stoppen met negatief coachen? Ik heb daar last van,” zei ze.
Bam. Die kwam binnen. Ik was oprecht verbaasd. Ik? Negatief coachen? Ik ben toch juist de ambassadeur van positief coachen? De Dalai Lama van de dug-out?
Na de eerste schok besefte ik: dit was een klassieke miscommunicatie. Ik complimenteerde Marieke met haar lef om dit te zeggen (want lang niet elk kind zou het durven), en legde uit dat fluisteren op 50 meter afstand nou eenmaal niet werkt. Uiteindelijk begreep ze dat het niet negatief bedoeld was – alleen een beetje... luid.
En eerlijk is eerlijk: het was ontzettend waardevol dat ze haar gevoel uitsprak. Want dat opent de deur naar uitleg, begrip en betere communicatie. Als coach moet je kinderen aanmoedigen om te zeggen wat ze denken en voelen – zeker jongens, die dat soms liever in een net te scherpe sliding verwerken dan in woorden.
Daarom check ik regelmatig of er ‘iets is’. Een toegankelijke houding is geen luxe, maar noodzaak. Als ik niet laagdrempelig ben, durven ze niks te zeggen. Dus heb ik altijd een schouder klaar voor een tikje – figuurlijk dan, hè.
Je hebt coaches die met ‘u’ aangesproken willen worden. Ik niet. Noem me Dražen, want zo heet ik. En roep me wanneer je wilt!
Om die openheid te stimuleren, heb ik iets bedacht: de eerste derde helft (1e 3e ½).
Wat dat precies inhoudt? Daar kom ik later op terug. Maar geloof me: het is goud waard.
Het wordt vervolgd...