“Zorg voor drie dingen – de volgorde maakt niet uit:
1.positiviteit! 2. positiviteit! 3. positiviteit!”
Tijdens de training – en zéker op wedstrijddag – mag je als jeugdcoach niet overkomen als een zak aardappelen. Je spelers hoeven echt geen emotionele hoogvliegers te zijn om te merken of jij er zin in hebt. Enthousiasme werkt aanstekelijk, dus laat het zien!
Zorg dat iedereen dezelfde kant op kijkt: richting het hoogtepunt van het week(end) – de voetbalwedstrijd. En over neuzen gesproken… zet er gerust zelf een rode neus van de clown op! De rode neus is natuurlijk een metafoor maar als je erbij loopt alsof je net uit een vergadering van de belastingdienst komt, dan is de sfeer snel weg. Je team moet voelen dat jij er zin in hebt – anders gaan ze zelf ook als een zak aardappelen het veld op. Dus, de rode neus op!
En nee, je hoeft geen ADHD-coach te zijn die stuitert als een pingpongbal op Red Bull. Een paar pretoogjes, een oprechte glimlach en een stem die niet klinkt alsof je net wakker bent, doen al wonderen.
Maak van voetbal een feestje. Laat kinderen het spel verbinden met plezier, energie en positiviteit. Zie het als de heilige graal van jeugdcoaching Want juist dan leren ze het meest en groeien ze – als speler én als teamgenoot.
Laat merken dat je blij bent om ze te zien. Roep iets als:
“Wat fijn dat jullie er weer zijn! Ik heb er zin in! Jullie ook? Ellen? Maaike? Barbara? Ja toch! Wat is er nou leuker dan voetballen met je team? Nou? Precies. Zaterdag is voetbaldag!” (In geval je het vergeten bent…)
Positiviteit is het geheime wapen. Iemand zei: ‘complimentjes zijn als snoepjes – iedereen wordt er blij van’. Of het nou gaat om inzet, nieuwe voetbalschoenen of het feit dat iemand z’n sokken voor de verandering eens niet binnenstebuiten draagt. Alles telt. Zelfs: “Wat fijn dat iedereen op tijd is!” (ook al was het op het nippertje).
Hou het vooral luchtig. Je hoeft echt geen cabaretshow op te voeren. Niemand zit te wachten op een conference van drie kwartier. Een beetje enthousiasme is genoeg om de motor te starten. En geloof me: een goed geplaatste grap wint het altijd van een preek van vijf minuten. Mijn doel? Dat kinderen door mijn optreden nóg meer plezier krijgen in voetbal. Niet dat ze na de wedstrijd denken: “Zo, dat was gezellig… niet.”
Elke zaterdag is een feestje. Punt. Zeg het, laat het voelen, en herhaal het. Niet met een PowerPoint vol bullet-points, maar met oprechte energie en een vleugje luchtigheid. Zelfs als het zó hard regent dat er elf natte sponsen tegen elf andere natte sponsen staan te glibberen op het veld – dan nog maakt humor het verschil. Droge humor, bij voorkeur...
Mijn aanpak tijdens de wedstrijd: oftewel: coach als de grootste fan!
Tijdens de wedstrijd ben ik niet de schreeuwende generaal aan de zijlijn. Nee hoor, ik coach positief. Altijd. En dat verwacht ik ook van de spelers onderling. We zijn een team, geen realityshow. Ik zie mezelf als de grootste fan van het team.
Positief coachen komt voort uit voetbal-empathie. Ik weet hoe het voelt om een leeg doel te missen – geloof me, het is me vaker gelukt. In plaats van te roepen “Hoe kan je dat nou missen?!”, zeg ik liever:
“Goed vrijgelopen! Blijf lekker doorgaan!”
Zelfs bij een eigen doelpunt kun je positief blijven:
“Kop op, Kiera, je grijpt tenminste in – gewoon pech.”
En als het écht een ramp was? Dan is er altijd nog humor:
“Volgende keer wel de goede kant op, hè Kiera?”
Het laatste wat je wilt, is dat kinderen bang zijn om fouten te maken. Dus zeg ik met een brede glimlach:
“Fouten maken hoort erbij. De enige fout is blijven balen. Je moet fouten maken voordat het goedkomt – dat heet leren. Dus niet balen, maar zeggen: doorgaan, volgende, next!”
Tot slot ‘hersenspoel’ ik die kleine koppies nog even met een flinke straal positiviteit – alsof ik een mentale tuinslang op “standje zonnestraal” zet:
“Dus, stel: je mist een leeg doel of speelt de bal naar de verkeerde kleur shirt… wat zeg je dan tegen jezelf?”
“Next!”
“Juist. Gewoon: next. Geen drama, geen zucht, geen zelfmedelijden. Gewoon door. Want fouten horen erbij! Zonder fouten geen voetbal! Fouten zijn geen eindstation, maar een pitstop op weg naar beter.”
“En als het niet beter wordt?” vroeg Jasmin — toen een meisje van vijftien, mentaal al ‘vroegoud’.
“Tja, Jasmin,” zei ik, “ook dat is oké. Het gaat erom dat je blijft proberen. Dat je je koppie niet laat hangen.”
Tijdens de wedstrijd geef ik alles qua energie en aanmoediging. Na afloop ben ik soms net zo moe als de spelers – alleen ruik ik hopelijk iets frisser. Er wordt weleens gezegd: een team speelt naar zijn coach. Dus wil je een vrolijk en energiek team? Dan moet jij die toonzetten.
En nee nogmaals, dat betekent niet dat je als een stuiterbal over het veld hoeft te gaan. Maar een beetje bezieling, een paar pretoogjes en positieve houding doen wonderen.
Ik zeg vaak: “Als coach ben je de grootste supporter, je schuift als het ware onzichtbare steunzolen onder de voeten van je spelers.”